Kerkgids 2026-2027

6 een hulpe te wesen in noodtsaecken'. In 1648 lieten de manslidmaten opnieuw de keuze op hem vallen. De Pyre licht ons in over allerlei zaken die in zijn tijd de gemoederen in de kleine Broekse gemeenschap bezighielden. Zo lezen we dat Cornillis Jansz Donck - die sedert juni 1612 weduwnaar was - in februari 1613 'van de ghehoorsaemheijt ende ordonnantie der Ed. M. Staeten ende der ghereformeerde kercke is afgheweeken mitsdien dat hij bij de Papen in het pausdom tot Walwijck zijn huysvrou heeft ghetrouwt ende hem oeffende in de Roomsche religie'. Op Kerstdag 1613 en op Paasdag 1614 riep ds De Pyre de gemeente op, voor deze afvallige te bidden, dat 'Godt de Here beliefe Zijne genade te bewijssen opdat hij van zijn val mach opstaen'. In 1628 kwam een jongeman, Wilhem Harmensoon, in opspraak, doordat hij omging met 'de kijnderen dezer wereld' en meedeed aan lichtvaardige vermaken zoals het ganstrekken (een volksvermaak, waarbij de speler, hetzij te paard, in een wagen rijdende, hetzij lopende of varende, de met vet besmeurde kop van een aan de poten opgehangen gans probeerde af te trekken). Hij woonde bij een zekere Eelke Jans van Gendt in en kwam niet vaak meer in de kerk. In de week voor Pasen 1628 kreeg Wilhem bezoek van de predikant en de ouderling Cornillis Ariensoon, die hem zijn verkeerd gedrag voorhielden en hem voor ditmaal de toegang tot het Heilig Avondmaal ontzegden. Ofschoon Wilhem Harmensoon beterschap beloofde, verscheen hij toch maar zelden in de kerk en nam hij niet aan het Avondmaal deel. Op Kerstdag 1629 deed ds De Pyre een openbaar gebed voor hem. Willem bleef echter halsstarrig en op 7 juli 1630 werd hij dan ook publiekelijk van het Heilig Avondmaal buitengesloten. Een aantal jaren later kreeg hij evenwel berouw. In augustus 1637 ging hij uit eigen beweging naar ds De Pyre om zijn schuld te belijden. Daarna werd deze 'verloren zoon' weer tot het Heilig Avondmaal toegelaten. Ds De Pyre verbleef in die tijd in Heusden, waarheen hij in 1636 was uitgeweken wegens troebelen in de Meierij van Den Bosch. Een andere in het 'registerboeck' vermelde tuchtzaak betreft ene Barbeke Thunnes. Zij was in maart 1629 buiten de kerk in ondertrouw gegaan met Peter Schoenlapper, 'een persoon in de wereldt versmoort ende gantsch onwetende van in de weghen des Heeren te wandelen'. Door deze ongeoorloofde gemeenschap werd Gods Naam grotelijks onteerd en Zijn gemeente geërgerd. De kerkeraad besloot dan ook, haar op Paasdag 1629 in het openbaar de toegang tot het Heilig Avondmaal te ontzeggen. Toen ds De Pyre dit aan Barbeke mededeelde, smeekte ze de tuchtmaatregel achterwege te laten. Ze zei spijt te hebben en beloofde haar leven te zullen beteren. Haar belofte kwam ze echter niet na. Zij bleef de kerkdiensten verzuimen en ontbrak zelfs op de biddag voor het beleg van 's-Hertogenbosch. Wel ging ze met haar man naar de mis. Na rijpe overweging nam de kerkeraad dan ook het besluit, haar van het Heilig Avondmaal te weren, totdat ze in het openbaar berouw over haar zonden zou hebben betoond.

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=