5 In de kerkgids 2025-2026 lazen we over de eerste predikant welke Babylonienbroek en Hill diende (1610 - 1652). In onderstaand vervolg lezen we wat er zoal voorviel op het pad van Ds De Pyre - en de kerkenraad. Bronvermelding :onderstaande tekst is overgenomen uit ‘Rondom de kerk van Broek’ door Drs M. den Admirant uitgave 2001. Uit het "registerboeck van Ds De Pyre" Ds David de Pyre diende de gemeente van Babyloniënbroek en Hill van 1610 tot eind 1652. Over het kerkelijk leven in deze periode is het een en ander bekend, dank zij een door De Pyre nagelaten 'registerboeck', waarin hij allerlei bijzonderheden betreffende de gemeente noteerde. Zijn aantekeningen waren bedoeld als een herinnering voor hemzelf en zijn nakomelingen. Hij schafte het boek dan ook voor eigen rekening aan: 'Dit Register Boeck van onsen ghemeijnte van Babylonnien - Broeck ende den Hill beginnende in den jaere sesthien hondert ende thien hebbe ick gecocht, kost zes end' twijntich stuijvers. twelck ick niet voldaen end' ben van de oncosten, omdat ick dije behoude voor mijn ende nacommelinghen tot eener ghedachtenisse van mijne kerckelijcke regieringhe.' Het boek opent met een Status ofte "staet van onse kerckelijcke dicipline ende ordeninghe". Daarin wordt aangaande het Heilig Avondmaal vermeld dat het aanvankelijk drie maal per jaar werd gevierd, op de Paasdag, op de eerste zondag na Bamis (St. Bavomis, vallende op 1 oktober) en op Kerstdag. De voorbereidings- predikaties werden respectievelijk op Goede Vrijdag, op de voorafgaande zaterdag en op Kerstavond gehouden. Bij elke voorbereiding hield de kerkeraad een 'censure': indien iemand, hetzij predikant, ouderling of diaken in enig opzicht verkeerd had gehandeld, werd hij daarover broederlijk vermaand (hiermede is dus de zogenaamde censura morum bedoeld, een wederzijdse beoordeling door de kerkeraadsleden van hun ambtsbediening). Na de Dordtse Synode (1618/19) kwam er nog een vierde avondmaalsviering bij: op de eerste zondag in juli. Toen werd eveneens besloten elke zondag twee kerkdiensten te houden, vermoedelijk één in Broek en één in Hill, al wordt dit niet met zoveel woorden gezegd. Twee jaar lang werd er ook gedurende de winter twee keer per zondag gepreekt, maar met het oog op 'de cortheijt der daghen ende quaet weder' vond ds De Pyre dit toch bezwaarlijk. De gemeente ging er toen mee akkoord dat alleen in de periode van Pasen tot 'Alderheijlighen' twee diensten gehouden werden. Uit De Pyre's aantekeningen valt op te maken dat de kerkeraad doorgaans twee ouderlingen en één of twee diakenen telde. Ze werden voor de duur van twee jaar gekozen, maar als de nood dit eiste mochten ze ook langer dienen. In de praktijk kwam het inderdaad herhaaldelijk voor dat ze aanbleven. Tussen 1611 en 1651 bekleedden in totaal niet meer dan 11 personen het ambt van ouderling of diaken. Van hen diende Aerdt Gertsoon van Haeghoordt het langst: in de periode 1611-1623 was hij ouderling, daarna tot 1631 diaken en in 1639 werd hij wederom als ouderling gekozen. Toen in 1643 Jan Hermansoon ouderling werd, bleef Aerdt Gertsoon van Haeghoordt aan 'om
RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=